
Zoals inmiddels wel duidelijk zal zijn, is ascentie niet alleen een geestelijk-interpersoonlijk groeiproces, maar ook een lichamelijk-biologisch groeiproces. Omdat het lichaam een belangrijke rol speelt binnen dit geheel zijn ook de kenmerken van het lichaam van groot belang. Zoals je weet liggen die lichaamskenmerken vastgelegd in onze genen, en het is dan ook logisch om te veronderstellen dat lichaamsveranderingen ook gestuurd worden vanuit onze genen, vanuit ons D.N.A. Later wordt er nog aandacht besteed aan mogelijke manieren waarop het DNA aan te sturen zou zijn. Omdat niet iedereen genetisch hetzelfde is, zouden er ook verschillen zijn in de mogelijkheden om het lichaam te laten ascenderen. Lang niet iedereen zou in staat zijn om een volledige ascentie door te maken, zelfs al zou je het willen en alle intenties van de wereld in de strijd willen werpen: als je genenpakket niet de informatie heeft om het lichaam om te zetten naar een lichaamplus of verder, dan zou het proces ergens stokken. De mate waarin iemand zou kunnen ascenderen zou dan ook afhankelijk zijn van het genenpakket van de betreffende persoon. Op de pagina's waarin gesproken wordt over de 'eerste lichting' en de lichting van de grootmeesters is de sluier betreffende de herkomst van bepaalde onderdelen van ons mogelijke genenpakket al een beetje opgelicht. In het vervolg zullen we nog gaan kennismaken met allerlei andere groepen die hun genetisch steentje hebben bijgedragen aan de huidige mensheid. Niet al het DNA dat hier op Aarde is gezet bevatte evenveel zinvolle kennis over het ascentieproces. Soms bevatte het in het geheel geen kennis erover, en soms bevatte het ascentiekennis welke niet geschikt is om te gebruiken op Aarde, maar wel in andere systemen. Het moment waarop bepaald wordt welke genenset je gaat kiezen om een lichaam te vormen zou binnen dit denkkader plaatsvinden voordat de foetus zich gaat ontwikkelen. Hierbij zou overigens wel iets bijzonders gaande zijn. Er wordt gezegd dat kinderen van mensen die zich op ascentiestap 2 bevinden zouden kunnen kiezen uit 25 genetische lijnen. Hier kan van alles tussen zitten: voorouders met genen van die 'lichting' of van voorouders van die 'lichting' en allerlei vermengingen. Mensen die hun lichaam reeds zo ver zouden hebben ge-ascendeerd dat ze ascentiestap 1800 zouden hebben bereikt, zouden hun kinderen de mogelijkheid bieden om niet uit 25 genetische lijnen te kiezen, maar uit 144. Hierdoor stijgt natuurlijk de kans dat er genetisch materiaal tussenzit dat de juiste ascentie-informatie bevat. Mensen die zelf al op ascentieniveau 6000 actief zijn zouden hun kinderen zelf de mogelijkheid bieden om te kiezen uit maar liefst 288 genetische lijnen. Zo zouden er op deze wijze steeds meer kinderen geboren worden die al op jonge leeftijd een bepaald ascentieniveau kunnen halen wat veel ouderen niet kunnen halen omdat ze het niet weten, niet willen of doordat ze vanwege hun genetisch pakket niet verder kunnen komen dan een bepaald niveau. Als deze kinderen dan uitgroeien tot volwassen mensen kunnen ze hun kinderen een steeds groter scala aan genetische lijnen aanbieden waardoor er in de loop van de generaties steeds meer ascentie-informatie beschikbaar komt in de mensen die dan leven. Op deze wijze zou 'generationele ascentie' werken. Reeds eerder is dit concept aangestipt in de informatielijn.
|